Dansmuziek moet aanzetten tot bewegen. Het is niet goed als je stil kunt blijven zitten bij het horen van dansmuziek. De Argentijnse tango stuwt en geeft spanning. Als een Ierse fiddler een clogging deun speelt kun je je benen niet stil houden, als je maar wist hoe ze moeten bewegen op deze muziek.
Erg fascinerend zijn de ritmes en maten uit de Balkan, Griekenland, Turkije en aangrenzende streken. Ook bij die muziek kun je je benen niet stil houden. Maar soms stap je mis omdat er net anders geteld wordt dan je gewend bent. Er klinkt dan muziek met samengestelde maatsoorten, ook wel onregelmatige maten genoemd. Maar er is niets onregelmatigs aan, het geeft wel heel boeiende ritmes.
De maten zijn samengesteld uit
stukken van 3 tellen en
stukken van 2 tellen. Het vaakst
hoor je de 7/8 maat
(3-2-2 of 2-2-3).
Andere bekende
maatsoorten zijn 9/8 (meestal 2-2-2-3),
11/8 (meestal
2-2-3-2-2) en 5/8.
Op deze maten en ritmes kun je vaak
soepel en als vanzelf bewegen.
Maar ook wordt je wel eens
een uitdaging geboden om de dans goed
op de muziek te
zetten. En als dat lukt gaat het plotseling
als
vanzelf.
Luister maar eens.......
En met die samengestelde maten kun je weer langere maatsoorten samenstellen. Luister maar eens naar de 12-delige maat of de 18-delige maten hieronder.
Ook in Westeuropa kun je dergelijke maten tegenkomen. In sommige gezongen oude ballades is het moeilijk een maat te herkennen, maar na een paar keer herluisteren kom je dan op 5/4 uit. De zwiefacher van Beieren en Alsace zijn meestal dansdeuntjes.
Overigens zijn de meeste dansen in Westeuropa in 3/4, 4/4 of 6/8. En in Zuidoosteuropa is 2/4 de meest gebruikte dansmaat.